Jaap en de bonenstaak


Aan de buitenkant zie je het niet. Wat je ziet is een, iets te zware vrouw van gemiddelde leeftijd, geverfde haren met een kleine uitgroei, een iets te aanwezige neus, sprekende groene ogen achter een kleurige bril. Verder niet heel veel schokkends. Dat is wel eens jammer. Zeker wanneer je, zoals bovengenoemde persoon, te maken hebt met psychische problematiek. Deze problematiek is moeilijk te omschrijven maar is al zo lang onderdeel van bovengenoemde persoon dat het na zovele jaren voelt alsof het normaal is.

Maar normaal is het niet. Het is zwaar. Het is killing. Het is bij tijd en wijle overleven in plaats van leven.

Bovengenoemde persoon ben ik.

Aan de buitenkant positief, blij, vrolijk, open, maar als je de schil af zou pellen dan kun je ergens in een zwart en donker hoekje iemand, een klein iemand, zien zitten. Met de rug naar je toe, huilend, onzeker en angstig.

De façade aan de buitenkant, de vrolijkheid, de humor, het is overleven, het is coping. Dealen met een enorme kluwen aan gevoelens en gedachten, onzekerheden, waarheden en onwaarheden die af en toe gewoon niet meer in dat hoofd met de geverfde haren passen.

Al die emoties komen dan in de vorm van tranen door de sprekende groene ogen naar buiten omdat er geen woorden meer voor zijn of omdat deze niet meer uit te spreken zijn.
Zodra de ogen gesloten zijn, komt er contact met dat hele kleine angstige, onzekere en huilende wezen. Dit wezen is ergens vergeten langs de tijdbalk van het leven. Alsof het ergens langs de snelweg uit de auto is gezet. Er is vergeten om voor dit wezen te zorgen en na verloop van tijd is de handleiding van dit wezen ook nog verdwenen. Maar dit wezen, een kind nog zo je wilt, dit wezen neemt in al zijn/haar kleinheid veel (geestelijke) ruimte in, een overheersend verdriet, een zwaarmoedig, donker en duister gevoel dat als een soort opzwellende tumor, gevoed door tranen zwaarmoediger en duisterder wordt.

Daar tegenover zit in dit donkere omhulsel, ook een soort oppasser. Uniformpje aan, stevige stappers, rechtop lopend en één en al negativiteit uitspuwend. Af en toe schopt deze eens tegen het angstige wezen. Ze liggen elkaar niet echt zeg maar. Met stemmen uit het verleden, (on)waarheden, levenslessen, marcherend door de duistere krochten van het binnenste, alles vernietigend, alles afkrakend en vooral bestraffend.

Maar beiden wezens, ben ik, hoever ze ook uit elkaar liggen. Ze maken wel onderdeel uit van mij. Ze maken dat ik het leven af en toe als zwaar ervaar. en dan zwaar in de overtreffende trap. Zo zwaar dat ik het geen leven meer wil noemen, meer voortbestaan zonder enige notie van wat er om mij heen gebeurd. Daarentegen heb ik ook zeker goede dagen, maar toch worden deze overschaduwd door de wezens in mij, die allerlei rare gedachten in mijn hoofd zaaien om het na verloop van tijd te gaan oogsten

Soms gaat het onderhoud van de tuin in mijn hoofd goed. Maar soms gaat het ook gewoon niet. Dan groeien de zaden te snel, dan zijn de gedachten van beide wezens niet meer stoppen, alsof er magische bonen ( Jaap en de Bonenstaak ) zijn geplant die zo snel hun negatieve, verdrietige, duistere, angstige en nare wortels schieten dat het gewoon niet meer gewied kan worden.

Op dit moment zoek ik naar een goed verdelgingsmiddel maar, helaas heb ik het nog niet gevonden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *